Het was jarenlang een van de makkelijkste adviezen die ik kon geven: ga elektrisch rijden, want de belastingvoordelen zijn enorm. Dat advies blijft staan, maar het sommetje wordt wel elk jaar minder vanzelfsprekend.
De overheid bouwt de stimulering voor emissievrij rijden stapsgewijs af. In 2026 merk je dat in de bijtelling en voor het eerst ook in de motorrijtuigenbelasting. Tijd om de cijfers even nuchter op een rij te zetten, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Bijtelling: De drempel blijft laag
Rijd je in een auto met een brandstofmotor? Dan verandert er weinig. Je betaalt het standaardtarief van 22% bijtelling over de cataloguswaarde.
Voor elektrische rijders verandert er wel iets. Het voordeel wordt kleiner. In 2026 geldt er nog wel een korting op de bijtelling, maar de ‘cap’ (het bedrag waarover die korting geldt) blijft bevroren op € 30.000.
De regels voor 2026 zijn als volgt:
Over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde betaal je 18% bijtelling.
Over elke euro daarboven betaal je de reguliere 22%.
Rekenvoorbeeld Stel, je kiest een elektrische auto met een cataloguswaarde van € 45.000. Je betaalt dan 18% over de eerste € 30.000 (dat is € 5.400 bruto bijtelling). Over de resterende € 15.000 betaal je 22% (dat is € 3.300). Totaal komt er dus € 8.700 bij je inkomen op.
Let op: na 2026 loopt dit tarief verder op. In 2027 gaat het basistarief naar 20% en vanaf 2028 is het feest voorbij; dan betaalt elke auto gewoon 22%, elektrisch of niet.
De Youngtimer: Nog steeds interessant?
Voor de ondernemer die liever niet de hoofdprijs betaalt voor een nieuwe auto, blijft de youngtimer (auto’s van 15 jaar en ouder) een fiscaal aantrekkelijke optie. Je betaalt dan namelijk bijtelling over de dagwaarde in plaats van de nieuwwaarde.
Benzine/Diesel youngtimer: 35% bijtelling over de dagwaarde.
Elektrische youngtimer: 17% bijtelling over de dagwaarde.
Dat laatste is een interessante niche. Elektrische auto’s van 15 jaar oud zijn nu nog zeldzaam, maar dit tarief maakt het wel de moeite waard om de markt in de gaten te houden.
Let op: Vanaf 1 januari 2027 wordt de youngtimerregeling ingrijpend aangepast: de leeftijdsgrens voor de voordelige 35% bijtelling over de dagwaarde stijgt van 15 naar 25 jaar. Auto’s tussen 15 en 25 jaar oud vallen dan onder de normale regeling (22% over de oorspronkelijke cataloguswaarde), wat het fiscale voordeel voor velen wegneemt.
Wegenbelasting: Gewicht gaat tellen
Hier zit de grootste pijn voor de elektrische rijder. Elektrische auto’s zijn door hun accupakket zwaar. Jarenlang hoefde je geen motorrijtuigenbelasting (MRB) te betalen, maar dat verandert.
In 2025 betaal je al 25% van het tarief. In 2026 stijgt dit naar 75%. Omdat een elektrische auto vaak zwaarder is dan een vergelijkbare benzineauto, kan dat bedrag vies tegenvallen. Voor plug-in hybrides en diesels geldt bovendien dat de vervuiler meer gaat betalen via fijnstoftoeslagen.
Ondernemers met een bestelauto opgelet
Een belangrijke waarschuwing voor wie een grijs kenteken rijdt: de vrijstelling van BPM voor ondernemers verdwijnt. Koop je in 2026 een nieuwe bestelauto op diesel of benzine? Dan ga je daar, net als bij personenauto’s, BPM over betalen. Dit kan de aanschafprijs met duizenden euro’s verhogen. Elektrische bestelauto’s blijven voorlopig nog wel vrijgesteld van BPM. Dit is hét moment om je wagenparkstrategie te herzien.
Administratie: Voorkom gedoe met bonnetjes
Tot slot nog een punt van orde over de brandstof- en laadkosten. Ik zie het nog te vaak fout gaan: tanken met de privépas en dan de bon in de administratie stoppen.
De Belastingdienst is hier streng in. Wil je de btw aftrekken? Dan moet de betaling zakelijk zijn en heb je een factuur nodig waarop de bedrijfsnaam staat (of je moet gebruikmaken van een tankpas).
Mijn advies: stop met het verzamelen van losse bonnetjes. Gebruik een mobiliteitskaart of tankpas. Je krijgt één maandelijkse factuur die 100% fiscusproof is.
Conclusie
Autorijden wordt in 2026 fiscaal gezien duurder, vooral voor de elektrische rijder die gewend was aan nultarieven. Toch blijft elektrisch rijden onder de streep vaak voordeliger, zeker als je de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s meerekent. Maar het tijdperk van ‘blind instappen en besparen’ is voorbij; er moet weer gewoon gerekend worden.
Den Haag heeft eindelijk geluisterd. Of nou ja, een beetje dan. Er is de afgelopen maanden zoveel paniek gezaaid over de jacht op schijnzelfstandigheid dat de politiek wel op de rem moest trappen.
Het goede nieuws? Je krijgt in 2026 geen directe boete om de oren als je administratie rondom inhuur niet helemaal klopt. De staatssecretaris wilde eerst doorpakken, maar de Tweede Kamer vond dat (terecht) geen strak plan zolang de regels zelf nog zo helder zijn als koffiedik.
Betekent dit dat je achterover kunt leunen? Absoluut niet.
De Belastingdienst gaat niet op vakantie
Laten we die champagnefles nog maar even dichtlaten. Dat er geen ‘verzuimboetes’ worden uitgedeeld, betekent niet dat de toezichthouders thuisblijven. Ze gaan gewoon controleren.
De aanpak is wel iets vriendelijker. Ze beginnen meestal met een bedrijfsbezoek. Dat is een chique woord voor even komen kijken hoe het er bij jou op de werkvloer aan toegaat. Zo’n bezoek eindigt meestal met een waarschuwing en wat huiswerk. Tot zover geen paniek.
Het echte gevaar: Naheffingen
Hier gaan de meeste ondernemers de mist in. Mensen horen “geen boetes” en denken dat ze veilig zijn. Fout.
Als de fiscus vindt dat jouw zzp’er eigenlijk een verkapte werknemer is, kunnen ze nog steeds naheffingen opleggen. En die kunnen ze met terugwerkende kracht berekenen vanaf 1 januari 2025.
Reken maar even mee. Loonbelasting en premies die je alsnog moet aftikken over een heel jaar of langer. Dat tikt veel harder aan dan die paar duizend euro verzuimboete waar iedereen zich nu zo druk over maakt.
Wanneer ben je wel de sjaak?
Vanaf 2026 komt er wel een nieuwe categorie boetes bij: de vergrijpboetes. Die zijn voor de echte waaghalzen.
We hebben het dan over situaties waarin je de regels bewust aan je laars lapt. Heb je al waarschuwingen gehad en doe je er niets mee? Dan is het geen onwetendheid meer, maar opzet of grove schuld. De boete kan dan oplopen van 10% tot wel 100% van de naheffing. Dan praten we opeens over hele serieuze bedragen.
Politiek getreuzel
De reden voor deze hele soap is simpel: de nieuwe wet die duidelijkheid moet scheppen (de VBAR) is er nog steeds niet. Het politieke proces is traag en stroperig. Er wordt nog steeds gebakkeleid over de details en over uitzonderingen voor de zorg. Spoiler alert: die uitzonderingen komen er voorlopig niet. Het kabinet wil één lijn trekken.
Mijn advies? Wacht niet op Den Haag
Het is verleidelijk om af te wachten tot de politiek eruit is. Doe dat niet. Tegen de tijd dat zij de wetgeving rond hebben, kun jij al tegen een forse naheffing aanlopen.
Gebruik deze ‘pauze’ niet om te niksen, maar om je zaken op orde te brengen. Kijk kritisch naar je contracten en de praktijk op de werkvloer. Werk je echt met zelfstandigen of zijn het verkapte werknemers? Zorg dat je het dossier op orde hebt.
Dan mag de Belastingdienst in 2026 gezellig op de koffie komen. Jij hebt je zaakjes dan namelijk gewoon geregeld.
We gaan het hebben over de pijnlijke afbouw van de zelfstandigenaftrek (au), de chaos rondom Box 3 (zucht), de BTW-verhoging die de hotelsector op zijn kop zet. Pak er een flinke kop koffie bij, of een glas wijn als het al na vijven is. We duiken de diepte in.
De Inkomstenbelasting:
Laten we maar direct met de deur in huis vallen: de tijd dat de overheid de zzp’er ruimhartig subsidieerde met enorme aftrekposten, ligt definitief achter ons. De trendlijn is al jaren zichtbaar, maar in 2026 voelen we de impact harder dan ooit. Het doel van Den Haag is duidelijk: het fiscale verschil tussen een werknemer in loondienst en een zelfstandig ondernemer moet kleiner. Veel kleiner.
De zelfstandigenaftrek:
Herinner je je die goede oude tijd nog, zo rond 2020, toen je nog ruim € 7.000 van je winst mocht aftrekken voordat de fiscus ook maar één euro belasting kwam halen? Die tijden zijn voorbij.
Per 1 januari 2026 is de zelfstandigenaftrek vastgesteld op € 1.200.
Laat dat getal even op je inwerken. Vorig jaar, in 2025, zat je nog op € 2.470. Je raakt dus in één klap meer dan de helft van dit voordeel kwijt. En als we nog iets verder terugkijken, naar 2022, toen de aftrek nog € 6.310 bedroeg, zie je pas echt hoe hard het gaat. We hebben het over een daling van meer dan 80% in vier jaar tijd.
De startersaftrek: Het enige lichtpuntje?
Is het dan alleen maar kommer en kwel? Voor de starters is er nog een sprankje hoop. De startersaftrek blijft in 2026 overeind staan op € 2.123.
Deze verhoging van de zelfstandigenaftrek mag je maximaal 3 keer toepassen in de eerste 5 jaar van je ondernemerschap.
Let op: De startersaftrek is er alleen als je ook recht hebt op de zelfstandigenaftrek. Je moet dus wel voldoen aan het urencriterium (1.225 uur per jaar aan je bedrijf besteden). Haal je die uren niet omdat je bijvoorbeeld parttime onderneemt naast een baan? Dan vervalt zowel de zelfstandigenaftrek als de startersaftrek. En in 2026 is de controle daarop strenger dan ooit (daarover later meer bij de wet DBA).
MKB-Winstvrijstelling:
Nadat je de (schaamele) zelfstandigenaftrek en eventuele startersaftrek van je winst hebt afgehaald, blijft er een bedrag over. Daarover mag je nog één keer een korting toepassen: de MKB-winstvrijstelling.
Voor 2026 is deze vastgesteld op 12,70%.
Dit percentage is gelijk aan 2025. In 2024 was het nog 13,31% en daarvoor zelfs 14%. Ook hier zien we dus een “versobering” over de langere termijn, al is de daling nu even gestopt.
Box 1 tarieven 2026:
Het schijvenstelsel is per 1 januari 2026 weer aangepast. Er is sprake van een lichte verschuiving om inflatie te corrigeren en de koopkracht te repareren.
Hieronder de tabel met de harde cijfers voor 2026 (voor ondernemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt):
Schijf
Inkomen (Winst uit onderneming)
Tarief 2026
Verandering t.o.v. 2025
1
Tot en met € 38.883
35,75%
Iets gedaald (was 35,82%)
2
€ 38.884 tot € 79.137
37,56%
Iets gestegen (was 37,48%)
3
Boven € 79.137
49,50%
Stabiel (top-tarief)
Let op: De exacte grenzen kunnen in de definitieve salarissoftware soms enkele euro’s afwijken door afrondingen, maar dit zijn de richtlijnen vanuit het Belastingplan.
Wat valt op?
De knik bij € 38k: De eerste schijf is iets goedkoper geworden (35,75%). Dit is bedoeld om mensen met lagere inkomens iets meer lucht te geven.
De middenklasse betaalt: Zodra je boven de € 38.883 komt, ga je iets meer betalen (37,56%). Het verschil is klein, maar alle beetjes tellen op.
De ‘dure’ grens: De grens voor het toptarief ligt rond de € 79.000. Verdien je meer? Dan gaat van elke euro die je extra verdient, letterlijk de helft (49,50%) naar de staatskas. Dit is vaak het moment waarop ik met ondernemers om tafel ga: is de eenmanszaak nog wel leuk, of wordt het tijd voor een BV?
Box 3:
In 2026 zitten we nog steeds in de Overbruggingswetgeving. Het nieuwe stelsel (waarbij je belasting betaalt over je werkelijke rendement) laat op zich wachten tot waarschijnlijk 2027 of 2028. Tot die tijd moeten we roeien met de riemen die we hebben.
Eerst het goede nieuws. Je mag in 2026 iets meer geld hebben zonder dat de Belastingdienst daar met zijn tengels aan zit. Het heffingsvrij vermogen is voor 2026 verhoogd naar € 59.357 per persoon. Heb je een fiscaal partner? Dan is het dubbel feest (nou ja, feestje): samen mogen jullie € 118.714 belastingvrij bezitten.
Alles wat je boven dit bedrag bezit, wordt belast. En daar wordt het ingewikkeld.
De Belastingdienst kijkt niet naar wat je écht hebt verdiend, maar naar wat ze denken dat je hebt verdiend. Ze werken met drie smaken, elk met een eigen “fictief rendement”. Over dat fictieve rendement betaal je vervolgens 36% belasting.
Dit zijn de percentages voor 2026 (let op: spaarrente en schulden zijn nog voorlopige inschattingen, definitief vastgesteld begin 2027, maar dit is waar je rekening mee moet houden):
Categorie
Wat valt hieronder?
Fictief Rendement 2026 (Inschatting)
1. Banktegoeden
Spaargeld, contant geld
± 1,28%
2. Overige Bezittingen
Aandelen, crypto, 2e huis, obligaties
± 6,00% – 7,78%
3. Schulden
Hypotheek 2e woning, leningen (negatief)
± 2,70% (aftrekbaar)
De BTW:
De BTW (Omzetbelasting) is normaal gesproken vrij saai en stabiel. Maar het nieuwe kabinet heeft voor 2026 flink zitten rommelen in de tarieven om gaten in de begroting te dichten. Dit heeft directe gevolgen voor specifieke branches.
Logies naar 21%
Heb jij een hotel, pension, B&B of verhuur je vakantiehuisjes voor kort verblijf? Ga dan even zitten. Per 1 januari 2026 is het BTW-tarief op logies verhoogd van 9% naar 21%.
Dit is een gigantische klap voor de sector. Je wordt in één klap 12% duurder voor de consument, of je moet 12% van je marge inleveren.
De Grote Valkuil (Overgangsrecht): Veel ondernemers denken: “Ik heb in 2025 al een boeking aangenomen en betaald gekregen voor de zomer van 2026. Toen gold 9%, dus ik zit goed.” FOUT. De regel is keihard: vindt de overnachting plaats in 2026? Dan is het tarief 21%. Ook als er al betaald is in 2025. Dit betekent dat je vooruitbetaalde boekingen moet herzien. Je moet óf de klant een extra factuur sturen voor de ontbrekende BTW.
Uitzondering: Kamperen blijft wel 9%.
Personeel
Heb je mensen in dienst? Bereid je dan voor op een hogere loonstrook.
Het wettelijk minimumloon is per 1 januari 2026 gestegen. Voor werknemers van 21 jaar en ouder bedraagt het minimumuurloon nu € 14,71. In juli 2025 was dit nog € 14,40. Een stijging van ruim 2%. Ook de jeugdlonen stijgen mee. Voor een 20-jarige stijgt het loon met ongeveer 2,17% en voor jongere medewerkers zien we vergelijkbare stijgingen.
Investeren in 2026:
Is het alleen maar geld betalen? Nee, als je slim investeert, mag je ook wat terugvragen. De investeringsregelingen zijn in 2026 nog steeds interessant.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Investeer je in bedrijfsmiddelen (laptops, machines, inrichting)? Dan mag je een extra bedrag van de winst aftrekken.
Voor 2026 geldt de KIA voor investeringen tussen € 2.901 en € 398.236.
Investeringen tot € 71.683: Je mag 28% van het investeringsbedrag aftrekken van de winst. Dit is “gratis” belastingkorting. Vergeet hem niet!
Milieu-investeringen (MIA/Vamil)
Investeer je in duurzame techniek die op de Milieulijst 2026 staat? Dan zijn er twee smaken:
MIA (Milieu-investeringsaftrek): Je mag tot 45% (voor categorie F en G) van het investeringsbedrag extra aftrekken. Voor andere categorieën is dit 36% of 27%.
Vamil: Je mag 75% van de investering op een willekeurig moment afschrijven. Dat betekent dat je in 2026 een enorme kostenpost kunt nemen om je winst te drukken (en dus minder belasting te betalen), wat goed is voor je liquiditeit.
Let op: Elektrische personenauto’s vallen vaak buiten de boot of hebben beperkte regelingen, maar elektrische bestelauto’s en specifieke duurzame apparatuur zijn goudmijntjes voor deze regelingen.
Van eenmanszaak naar BV:
Met de dalende zelfstandigenaftrek en de stijgende belastingdruk in Box 1, is de vraag in 2026 relevanter dan ooit: Moet ik een BV worden?
Vroeger lag het omslagpunt rond de € 150.000 winst. Tegenwoordig, door de uitholling van de eenmanszaak-voordelen, zakt dat punt rap richting de € 80.000 – € 100.000.
Waarom een BV?
Lagere belastingdruk bij hoge winst: In de BV betaal je eerst Vennootschapsbelasting (19% tot € 200k). Wat overblijft is voor jou. Keer je het niet uit? Dan betaal je verder niets. Keer je het wel uit (dividend)? Dan betaal je Box 2 belasting.
Box 2 Tarieven 2026:
Tot € 68.843 dividend: 24,5% belasting.
Daarboven: 31% belasting. Door slim te plannen (elk jaar precies tot de grens van €68k uitkeren) kun je de belastingdruk optimaliseren, iets wat in de eenmanszaak (waar alles in Box 1 valt tegen 49,50%) niet kan.
Aansprakelijkheid: In een BV ben je privé minder snel de pineut als je bedrijf failliet gaat.
Met de zelfstandigenaftrek op slechts € 1.200 is het grote voordeel van de eenmanszaak weggevaagd.
Zo. Dat was hem.
Het is veel. Het is soms ook niet leuk (die zelfstandigenaftrek doet gewoon pijn). Maar het is wel de realiteit.
Op Prinsjesdag 2025 presenteerde het kabinet de plannen voor 2026. Veel maatregelen raken ondernemers, maar ook particulieren merken de gevolgen. In dit blog zet ik de belangrijkste wijzigingen voor je op een rij.
Box 1: inkomstenbelasting en tarieven
De inkomstenbelasting in box 1 wordt per 2026 iets aangepast:
Eerste schijf: 35,7% tot €38.883
Tweede schijf: 37,56% tot €79.137
Derde schijf: 49,5% vanaf €79.137
Daarnaast wordt de arbeidskorting verhoogd. Dit moet vooral werkenden met een middeninkomen iets meer lucht geven.
Zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag
De zelfstandigenaftrek 2026 daalt opnieuw.
In 2025 is de aftrek nog €2.470
In 2026 wordt dit €1.200
In 2027 blijft er nog maar €900 over
De startersaftrek blijft voorlopig €2.123. Voor veel zzp’ers betekent dit dat de belastingdruk de komende jaren verder oploopt.
MKB-winstvrijstelling daalt
Ook de MKB-winstvrijstelling wordt kleiner. Het percentage daalt van 13,31% naar 12,70% in 2026. Hierdoor betaal je belasting over een groter deel van je winst.
Wet DBA wordt vervangen door Wet VBA
De veelbesproken Wet DBA verdwijnt. In plaats daarvan komt de Wet VBAR: Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties. Deze wet moet meer duidelijkheid geven over de vraag of iemand ondernemer is of feitelijk in loondienst werkt. De invoering staat gepland voor 1 januari 2026.
Box 3: sparen en beleggen wordt duurder
De belasting in box 3 wordt zwaarder.
Het heffingsvrij vermogen daalt van €57.684 naar €51.396
Het fictief rendement stijgt van 5,88% naar 7,78%
Gevolg: meer mensen gaan belasting betalen over hun spaargeld en beleggingen.
Btw 2026: logies omhoog, cultuur blijft laag
Per 1 januari 2026 veranderen de btw-tarieven:
Het 9% tarief voor logies vervalt. Hotels, vakantiehuizen en stacaravans vallen straks onder 21%. Vooruitbetalingen in 2025 die betrekking hebben op 2026 vallen hier al onder.
Kamperen blijft wel 9%. Dat geldt voor het huren van een plek waar je je eigen tent, caravan of camper neerzet.
Goed nieuws: het verlaagde btw-tarief van 9% blijft bestaan voor cultuur, sport en media. Boeken, concerten en sportabonnementen worden dus niet duurder door btw.
Overdrachtsbelasting en startersvrijstelling
Er zijn ook wijzigingen in de woningmarkt:
Voor woningen die niet je hoofdverblijf zijn (zoals verhuur of een vakantiehuis), daalt de overdrachtsbelasting van 10,4% naar 8% in 2026.
De startersvrijstelling wordt verhoogd. Kopers onder de 35 jaar betalen geen overdrachtsbelasting bij een woning tot €555.000.
Schenk- en erfbelasting
De regels rond erf- en schenkbelasting veranderen:
Het begrip ‘kind’ wordt ruimer. Ook biologische kinderen zonder juridische band worden gelijkgesteld.
Bij huwelijkse voorwaarden of een finaal verrekenbeding kan een ongelijke verdeling vanaf 2026 leiden tot schenk- of erfbelasting.
De termijn voor het doen van erfbelastingaangifte gaat van 8 naar 20 maanden.
Extra: brandstof, vliegen en vergroening
De korting op accijnzen voor benzine en diesel blijft tot 1 januari 2027.
De vliegbelasting krijgt per 2026 drie tarieven: kort, middellang en lang. Hoe verder je vliegt, hoe hoger de belasting. Vluchten naar het Caribisch deel van het Koninkrijk vallen onder het lage tarief.
Het kabinet blijft inzetten op vergroening. Emissievrije auto’s worden fiscaal gestimuleerd, zodat elektrisch rijden aantrekkelijk blijft.
Conclusie
De plannen uit Prinsjesdag 2025 laten zien dat ondernemen de komende jaren duurder wordt. De zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling dalen, box 3 wordt zwaarder belast en ook btw-regels veranderen. Tegelijkertijd blijven er voordelen voor starters op de woningmarkt en voor cultuur en sport..
Steeds meer ondernemers huren een Virtual Assistant (VA) in om hun administratie te laten doen. Lekker handig, denk je. Jij hebt er geen omkijken meer naar, en de VA regelt het wel.
Maar eerlijk? Ik zie zó vaak dat dit misgaat. En dat kost geld, tijd en soms zelfs boetes.
Administratie is geen klusje voor erbij
Je administratie is de basis van je bedrijf. Als daar fouten in staan, heeft dat direct gevolgen.
Facturen worden verkeerd geboekt
Belasting wordt niet goed verwerkt
Je mist aftrekposten waar je recht op hebt
Of erger: je krijgt een naheffing of boete van de Belastingdienst
Een VA kan ontzettend waardevol zijn voor je bedrijf. Denk aan planning, mails, social media of klantcontact. Maar administratie is écht een vak apart.
Voorbeelden die ik voorbij zie komen
Ondernemers die dachten dat hun btw goed gedaan werd, maar waar kwartalen onjuist waren ingediend.
Loonadministratie die wel opgestart was, maar nooit structureel doorliep.
Kosten die verkeerd geboekt waren, waardoor de winst te hoog leek en er onnodig veel belasting werd betaald.
En de ondernemer? Die dacht: mijn VA regelt het. Totdat de blauwe envelop op de mat lag.
Wat je wel kunt doen
Wil je toch dat een VA je helpt met je administratie? Zorg dan dat je dit goed regelt:
Laat een boekhouder of accountant de basis neerzetten.
Zorg dat je VA duidelijke instructies heeft en dat er controles zijn van een boekhouder.
Laat een professional periodiek meekijken of alles klopt.
Zo haal je het beste uit beide werelden: de ontzorging van een VA en de zekerheid van een vakexpert.
Kort gezegd
Je kunt je administratie niet zomaar “ff” uitbesteden. Daar zit veel verantwoordelijkheid achter. En fouten kosten je niet alleen geld, maar soms ook je nachtrust.
Dus: zie een VA als aanvulling, niet als vervanger van een boekhouder.
Als ondernemer komt er een moment dat je extra geld nodig hebt. Voor groei, een investering of simpelweg om je cashflow te versterken. Maar hoe vraag je nou een zakelijke financiering aan zonder dat je vastloopt in papierwerk of afgewezen wordt?
Hier lees je waar je op moet letten.
1. Weet precies hoeveel je nodig hebt
Banken en financiers willen duidelijkheid. Vraag dus niet zomaar “zoveel mogelijk.” Bereken concreet wat je nodig hebt en waarom. Denk aan: machines, voorraad, personeel of werkkapitaal. Hoe beter je dit onderbouwt, hoe groter je kans op succes.
2. Laat je cijfers kloppen
Je boekhouding is je visitekaartje. Financiers willen zien dat je grip hebt op je inkomsten, uitgaven en winst. Zorg dat je jaarcijfers netjes zijn, en werk met actuele overzichten van je omzet en kosten. Heb je je administratie in tools zoals Moneybird of Knab op orde? Dan sta je sterker.
3. Maak een duidelijk plan
Geld lenen zonder plan is kansloos. Leg uit wat je gaat doen met de financiering en hoe je dat geld terugverdient. Denk aan verwachte omzetgroei, extra klanten of lagere kosten door een investering. Houd het concreet en laat zien dat je vooruit denkt.
4. Vergelijk verschillende opties
Je hoeft niet altijd naar de bank. Er zijn ook:
Online financiers voor kleinere bedragen
Leasemaatschappijen voor auto’s of machines
Crowdfundingplatforms waar klanten of fans mee-investeren
Overheidsregelingen of borgstellingen voor mkb’ers
Check de voorwaarden en rente, want die verschillen flink.
5. Bereid je voor op vragen
Een financier wil weten of je kunt terugbetalen. Reken dus op vragen over je omzet, kosten, toekomstplannen en risico’s. Wees eerlijk. Een mooi praatje helpt niet als de cijfers het niet laten zien.
6. Denk ook aan alternatieven
Misschien past een lening niet. Soms is een investeerder, een voorschot via factoring of simpelweg beter debiteurenbeheer slimmer. Kijk breder dan alleen de traditionele lening.
Als ondernemer komt er vaak geld binnen op je zakelijke rekening, maar hoe verdeel je dat slim? Belastingen, reserveringen, salaris voor jezelf… voor je het weet, geef je te veel uit en heb je straks tekort.
Daarom heeft Knab iets handigs bedacht: de inkomstenverdeler. Een slimme tool waarmee je automatisch je inkomsten verdeelt over verschillende potjes.
Wat is de Knab inkomstenverdeler?
De inkomstenverdeler is een functie in je Knab-bankieren app. Komt er geld binnen op je zakelijke rekening, dan verdeelt Knab het automatisch volgens de percentages die jij instelt.
Voorbeeld:
40% naar je belastingpotje
30% naar je eigen salaris
20% naar je buffer of investering
10% blijft op je lopende rekening
Je hoeft dus niet steeds zelf overboekingen te maken. Alles gaat automatisch zodra er geld binnenkomt.
Waarom is dit handig voor ondernemers?
Veel ondernemers lopen vast op hetzelfde punt: ze zien geld binnenkomen en vergeten apart te zetten voor de Belastingdienst. Met de inkomstenverdeler wordt dat probleem opgelost.
Voordelen:
Je weet zeker dat je altijd genoeg hebt voor je btw of inkomstenbelasting.
Je betaalt jezelf structureel salaris, waardoor je privé meer rust hebt.
Je bouwt automatisch een buffer op.
Minder kans dat je “per ongeluk” geld uitgeeft dat eigenlijk gereserveerd was.
Hoe stel je het in?
Log in op je Knab-app.
Ga naar Inkomstenverdeler.
Kies welke rekeningen je wilt gebruiken.
Zet je percentages klaar.
Klaar! Bij elke inkomende betaling verdeelt Knab het automatisch.
Je kunt de percentages altijd aanpassen. Handig als je situatie verandert, bijvoorbeeld als je meer belasting moet reserveren of juist meer naar je buffer wilt.
Voor wie is dit slim?
De inkomstenverdeler is vooral handig voor zzp’ers, freelancers en kleine ondernemers die zelf hun financiën regelen. Het helpt je overzicht houden zonder dat je elke week in je boekhouding hoeft te duiken.
En eerlijk: hoe lekker is het als je straks je belastingaanslag krijgt en gewoon precies genoeg hebt klaarstaan? Geen stress, geen paniek.
📌 Wil je dit soort tools combineren met een overzichtelijke boekhouding in Moneybird? Ik help je graag om je administratie zo in te richten dat je nooit meer voor verrassingen komt te staan.
Twijfel je al een tijdje of je je eenmanszaak moet omzetten naar een BV? Dan is dit hét moment om in actie te komen. Je kunt het namelijk nog met terugwerkende kracht regelen tot 1 januari 2025, zolang je vóór 1 oktober 2025 een intentieverklaring indient bij de Belastingdienst.
Wat is een intentieverklaring?
Een intentieverklaring is een brief aan de Belastingdienst waarin je aangeeft dat je van plan bent je onderneming in te brengen in een BV. Die verklaring moet vóór 1 oktober binnen zijn. Zelfs als je nog niet helemaal zeker weet of je het doorzet, houd je met die verklaring de optie open.
Ruisend of geruisloos inbrengen
Als je je onderneming omzet naar een BV kun je kiezen uit twee manieren:
Ruisend inbrengen: je rekent meteen af over de stille reserves, zoals opgebouwde goodwill of waardestijging van bedrijfsmiddelen.
Geruisloos inbrengen: je schuift de belastingclaim door naar de BV. Je hoeft dan niet direct af te rekenen.
Welke optie slim is, hangt af van jouw winst, plannen en risico’s.
Wat betekent terugwerkende kracht?
Met een intentieverklaring kan de omzetting terugwerken naar 1 januari 2025. Dat heeft gevolgen:
De winst van het hele jaar wordt belast in de BV via de vennootschapsbelasting, en niet meer privé in de inkomstenbelasting.
Jijzelf (en eventueel personeel) kom je pas vanaf de oprichtingsdatum in dienst van de BV en krijg je vanaf dat moment salaris.
De stappen op een rij
Registreer vóór 1 oktober je intentieverklaring bij de Belastingdienst.
Laat je onderneming inbrengen in de BV, ruisend of geruisloos.
Richt de BV officieel op bij de notaris. Houd rekening met notariskosten, die momenteel vrij hoog zijn.
Waarom dit nu interessant is
Als je winst dit jaar stevig groeit, kan het fiscaal flink voordeel opleveren om een BV op te richten. Maar let op: de deadline van 1 oktober is keihard. Wachten betekent dat je pas in 2026 opnieuw kunt instappen.
Kortom: leg die intentieverklaring nu vast en houd je opties open.
Veelgestelde vragen over de omzetting van eenmanszaak naar BV
Wanneer is het slim om mijn eenmanszaak om te zetten naar een BV? Als je winst structureel boven de 100.000 euro zit, je privébezit wilt beschermen of investeerders zoekt.
Wat is het verschil tussen ruisende en geruisloze inbreng? Bij ruisend reken je meteen af met de fiscus over stille reserves. Bij geruisloos schuif je dat door naar de BV.
Kan ik mijn intentieverklaring intrekken? Ja, dat kan. Als je uiteindelijk toch besluit de BV niet op te richten, is de verklaring niet bindend.
Kan ik dit zelf regelen of heb ik een notaris nodig? De intentieverklaring kun je zelf indienen, maar voor de daadwerkelijke oprichting van de BV moet je altijd langs de notaris.
We zitten op de helft van 2025. Een perfect moment om even stil te staan bij je cijfers. Want met de nieuwe inkomstenbelastingtarieven én de vaak vergeten Zvw-bijdrage kan het zomaar zijn dat je meer moet afdragen dan je dacht.
In deze blog leg ik je precies uit hoe het zit, wat je kunt verwachten en waarom het slim is om nu alvast te checken waar jij staat als ondernemer.
Inkomstenbelasting 2025: wat zijn de nieuwe tarieven?
Als je winst maakt uit je onderneming, betaal je daar inkomstenbelasting over. Voor 2025 gelden de volgende tarieven in box 1:
Tot €38.441 → 35,82% belasting
Van €38.441 tot €76.817 → 37,48% belasting
Boven de €76.817 → 49,50% belasting
Deze percentages worden toegepast op je winst na aftrekposten. Denk aan de zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling en eventuele andere aftrekposten.
💡 Let op: bepaalde aftrekposten mag je maar verrekenen tot 37,48%. Zit je in de hoogste schijf? Dan haal je daar dus iets minder voordeel uit.
Zit je onder de €31.475 winst? Dan betaal je vaak géén belasting
Ben jij starter, werk je genoeg uren (1.225 uur per jaar) en blijft je winst onder de €31.475? Dan heb je een goede kans dat je geen inkomstenbelasting hoeft te betalen.
Waarom?
Omdat je dan vaak recht hebt op:
De zelfstandigenaftrek
De startersaftrek
En verschillende heffingskortingen
Deze trekken je belastbare inkomen omlaag, vaak zelfs helemaal tot nul. Let op: dit betekent niet dat je niets betaalt – want er is nóg een bijdrage die vaak over het hoofd wordt gezien…
Zvw-bijdrage 2025: dit betaal je wél nog
De Zvw-bijdrage (Zorgverzekeringswet) is een verplichte bijdrage voor de zorg, los van je gewone maandelijkse zorgpremie.
In 2025 betaal je als ondernemer:
5,26% over je winst
Tot een maximum van €75.864
Over alles daarboven betaal je géén extra bijdrage
🔍 Voorbeeld:
Bij een winst van €40.000 betaal je zo’n €2.100 Zvw
Bij €85.000 winst betaal je het maximum: €3.991
Deze bijdrage komt meestal via een voorlopige aanslag van de Belastingdienst.
📬 Nog geen aanslag gehad? Dat hoeft niet direct te betekenen dat er iets mis is. De Belastingdienst stuurt de voorlopige Zvw-aanslag niet standaard naar iedereen. Soms komt hij pas na je definitieve aangifte inkomstenbelasting.
Waarom nu al naar je cijfers kijken
Veel ondernemers wachten tot het eind van het jaar. Maar juist halverwege heb je nog de ruimte om te sturen.
Je weet of je moet bijbetalen of niet
Je kunt alvast geld reserveren voor belastingen of Zvw
Je voorkomt verrassingen in het nieuwe jaar
En je ontdekt misschien nog aftrekposten die je dit jaar kunt benutten
Gratis 1-op-1 jaarcheck plannen?
Wil je samen even in je cijfers duiken? Dan kun je nu een gratis moment met mij inplannen. We kijken samen naar:
✅ Je huidige winst ✅ Wat je mag verwachten aan belasting en Zvw ✅ Of er nog iets te optimaliseren valt dit jaar
Zorg ervoor dat jouw administratie accuraat is, anders kan ik niet met je mee kijken.
Je bent ondernemer en je kijkt veel video. Documentaires, bedrijfsfilms, inspirerende ondernemersseries, TED Talks, you name it.
Dus denk je: kan ik mijn Netflix of Disney+ abonnement niet gewoon via de zaak laten lopen? Slim gedacht. Alleen… mag het ook?
In deze blog vertel ik je hoe het zit – zonder droge belastingtaal, maar met duidelijke kaders.
Kan ik mijn Netflix- of Disney-abonnement zakelijk opvoeren?
Het korte antwoord: In de meeste gevallen niet.
Streamingdiensten zoals Netflix, Disney+ of Videoland vallen onder privégebruik. De Belastingdienst ziet het als niet-zakelijke kosten, tenzij je héél goed kunt onderbouwen dat je het écht nodig hebt voor je werk.
En nee, “ik leer er veel van” of “ik ben creatief ondernemer” is helaas niet genoeg 😅
Wanneer mág het wél?
Er zijn uitzonderingen. Je mag je abonnement aftrekken als:
Je het zakelijk gebruikt voor je werk én dat duidelijk aantoonbaar is
Je bijvoorbeeld werkt in de media, recensies schrijft of content maakt over films en series
Je streamingdiensten gebruikt in je kantoorruimte die toegankelijk is voor klanten (bijv. wachtruimte in een salon of praktijkruimte)
Maar ook dan geldt: ➡️ De kosten moeten in verhouding zijn tot het zakelijke belang ➡️ Je moet het abonnement op naam van de onderneming zetten ➡️ Je moet aannemelijk maken dat het géén privévoordeel oplevert
En zelfs dan is het vaak maar deels aftrekbaar.
Hoe zit het met de btw?
Ook de btw op je Netflix- of Disney-abonnement is meestal niet aftrekbaar. Waarom? Omdat het abonnement hoofdzakelijk privé wordt gebruikt. En btw terugvragen mag alleen bij zakelijk gebruik van diensten of producten.
Als je tóch een deel zakelijk gebruikt, kun je dat splitsen – maar dan moet je het wel kunnen onderbouwen. En in de praktijk is dat vaak meer moeite dan het oplevert.
Wat gebeurt er als je het tóch opvoert?
De Belastingdienst kijkt bij een controle naar zakelijke kosten. Staat daar een Netflix- of Disney-abonnement tussen? Dan willen ze bewijs. En als dat er niet is, wordt het afgekeurd.
Gevolg?
Correctie op je winst (dus meer belasting betalen)
Kans op boete of rente bij structureel onterecht aftrekken
En het stempel “onzakelijk” op je administratie – daar word je niet blij van
Kortom: een paar tientjes besparen per maand kan je op de lange termijn meer kosten dan het oplevert.
Wat is een beter alternatief?
Wil je wél iets zakelijks doen met video? Kijk dan naar:
Zakelijke abonnementen op stockvideo-platforms
Opleidingsplatforms zoals Masterclass, Skillshare of Udemy (die zijn vaak wél aftrekbaar)
YouTube Premium, als je zelf content maakt of ad-free moet werken voor je werk
En verder: geniet gewoon van Netflix en Disney op de bank. Privé. Zonder administratief gedoe 🍿
Stal jij als bv tijdelijk geld op je privérekening? Of laat je geld van je onderneming even ‘parkeren’ bij jou als directeur-grootaandeelhouder (dga)? Let dan goed op: de Belastingdienst ziet dat als een lening. En dat heeft fiscale gevolgen die je echt moet kennen.
Deze constructie – geld van de bv op de privérekening van de dga – komt vaker voor dan je denkt. Soms om gebruik te maken van het depositogarantiestelsel, soms vanwege een gunstigere rente op een privérekening.
Maar de fiscus kijkt verder dan jouw reden. En komt nu met een duidelijk standpunt.
Wat is geld stallen bij de dga?
Geld ‘stallen’ betekent dat je als bv tijdelijk liquiditeiten overboekt naar de privérekening van de dga. Bijvoorbeeld omdat je:
boven de 100.000 euro zit op de zakelijke bank en dat risico wilt spreiden
op de privérekening meer rente krijgt
flexibel wilt zijn in kasbeheer
Vaak wordt er dan een interne afspraak gemaakt: De dga ontvangt rente, maar draagt die volledig af aan de bv. De bv blijft economisch eigenaar van het geld. De dga zelf geeft het tegoed niet op in de inkomstenbelasting.
Tot zover lijkt het netjes geregeld. Maar de Belastingdienst denkt daar nu anders over.
Standpunt Belastingdienst: dit is gewoon een lening
Volgens de kennisgroep aanmerkelijk belang van de Belastingdienst geldt het volgende: Als het geld van de bv op jouw privérekening staat, wordt dat fiscaal gezien als een lening aan jou. Punt.
Het maakt niet uit:
of het tijdelijk is
of de rente teruggaat naar de bv
of er een overeenkomst is
of je het bedrag direct weer beschikbaar stelt
Zodra het geld op jouw persoonlijke rekening staat, valt het onder de wetgeving aanmerkelijk belang.
Wat zijn de gevolgen?
Dit zijn de belangrijkste fiscale gevolgen van geld stallen bij de dga:
De dga wordt schuldenaar aan de bv
De lening telt mee voor de toetsing van excessief lenen
Bij een schuld boven de € 500.000 wordt het meerdere belast als dividenduitkering
De Belastingdienst kijkt naar het saldo van alle leningen (ook hypotheek en andere voorschotten)
Kortom: zelfs al zie jij het niet als lening, de Belastingdienst doet dat wél.
Wat is excessief lenen?
Sinds 2023 geldt de Wet excessief lenen bij eigen bv. Deze wet zegt: als je als dga meer dan € 500.000 leent van je eigen bv, wordt het meerdere gezien als een uitkering van winst. En dat is belast in box 2.
De grens van € 500.000 geldt per persoon. Voor fiscaal partnerschap tellen schulden bij elkaar op.
Heb jij als dga meerdere rekeningen, leningen of geldstromen vanuit je bv naar privé lopen? Dan is het slim om regelmatig te laten toetsen of je onder die grens blijft.
Hoe voorkom je fiscale verrassingen?
Wil je toch werken met tijdelijk stallen van geld op een privérekening? Dan zijn dit de aandachtspunten:
Leg alles vast in een schriftelijke leningsovereenkomst
Boek het bedrag op de balans als vordering van de bv
Zorg voor marktconforme rente en terugbetalingsafspraken
Hou rekening met de grens van € 500.000
Laat je boekhouder of fiscalist meekijken voor de aangifte
Geen afspraken, geen boeking = groot risico op een naheffing.
Samenvatting: dit moet je onthouden
✅ Geld van je bv op je privérekening? De Belastingdienst ziet het als lening ✅ Het maakt niet uit hoe tijdelijk of waarom je het doet ✅ Je loopt risico op box 2-heffing bij overschrijding van € 500.000 ✅ Alles valt onder het label ‘excessief lenen’ als je het niet goed administreert
Stel: je wilt je belasting gewoon met contant geld betalen. Je hebt het liggen, je vertrouwt de bank niet, of je wilt simpelweg geen digitale sporen.
Kan dat nog, anno 2025?
Kort antwoord: nee.
De Belastingdienst is niet verplicht om contant geld aan te nemen. En dat is nu officieel bevestigd door de staatssecretaris van Financiën, na een verzoek van een vrouw die haar belastingaanslagen graag cash wilde voldoen.
Wat speelde er precies?
Een vrouw diende een verzoekschrift in. Haar wens: haar belastingen contant betalen aan de balie van de Belastingdienst. Niet via iDEAL, automatische incasso of overschrijving – gewoon ouderwets met briefgeld.
De Belastingdienst had haar eerdere betalingen uit coulance wel geaccepteerd, maar telkens aangegeven dat dit geen structurele regeling zou worden. En nu is het duidelijk: dat blijft zo.
De reactie van de staatssecretaris is kraakhelder: Er is geen wettelijke verplichting voor de Belastingdienst om contante betalingen aan te nemen. Er is dus ook geen acceptatieplicht.
Maar contant betalen is toch een wettig betaalmiddel?
Zeker. Contant geld is wettig betaalmiddel in Nederland. Alleen: dat betekent niet dat élke organisatie het automatisch moet accepteren.
In dit geval zegt de wet – specifiek de Algemene wet bestuursrecht (Awb) – dat betalingen aan bestuursorganen bij voorkeur giraal gebeuren. Denk aan de overheid, gemeenten en dus ook de Belastingdienst.
Waarom?
Het is efficiënter
Veiliger, zowel voor de betaler als de ontvanger
Kosteneffectiever, omdat er geen loketten of beveiliging nodig is
De Belastingdienst hoeft dus géén loket te openen voor contant geld. En hoeft ook geen speciale regeling te maken voor mensen die geen digitale betalingen willen doen.
Maar ze kon het toch eerder wel?
Klopt. In dit specifieke geval had de Belastingdienst haar in eerdere jaren toch laten betalen met contant geld – uit coulance. Maar altijd met de melding: dit is een uitzondering, geen regel.
Bovendien bleek dat de verzoekster andere belastingen wel gewoon giraal betaalde, zoals de motorrijtuigenbelasting. Dus het argument “ik kan het niet” hield in dit geval niet echt stand.
Wat betekent dit voor jou?
Ben jij ondernemer of particulier en wil je je belasting contant betalen? Dan moet je dit goed weten: 👉 De Belastingdienst hoeft het niet te accepteren. 👉 Jij bent verplicht om op tijd te betalen – en dus ook op de manier die zij faciliteren.
Heb je principiële of praktische bezwaren tegen girale betalingen? Dan is het slim om dat met een financieel adviseur of budgetcoach te bespreken. Maar een loket met contant geld? Dat hoef je niet meer te verwachten.
En ondernemers dan?
Voor ondernemers is deze uitspraak ook relevant. Bij sommige transacties komt contant geld nog regelmatig voor (horeca, detailhandel). Maar richting de overheid is de digitale route de standaard.
Facturen, aangiftes, betalingen: het moet allemaal digitaal.
Dat is niet alleen verplicht – het is ook slim. Je hebt meer overzicht, minder fouten en minder kans op gedoe met de Belastingdienst.
En toen viel ook dit kabinet. Op 3 juni 2025 trok Geert Wilders de stekker eruit. Een regering die nog geen zes maanden aan de macht was, stortte in.
Wat gebeurde er precies? Waarom ging het mis? En wat betekent dat voor jou – als ondernemer, ouder of gewoon iemand die probeert zijn leven op de rit te houden?
In deze blog praat ik je bij. In normaal Nederlands. Zonder partijgedram of rookgordijnen.
Even terug naar het begin
In november 2023 werden de verkiezingen gewonnen door de PVV. Na een lange en moeizame formatie kwam er begin 2025 dan toch een coalitie: PVV, VVD, NSC en BBB. Een coalitie op gespannen voet, met hele verschillende visies.
Veel plannen klonken stevig:
Strenger migratiebeleid
Hervorming van het onderwijs
Stoppen met de hervorming van de arbeidsmarkt
Belastingdruk verlagen voor werkenden
Maar al snel bleek: er was geen echte eenheid. Er was verdeeldheid. Onenigheid. Botsende agenda’s.
Waarom viel het kabinet?
Officieel ging het mis op het migratiedossier. Opnieuw. Net als bij Rutte IV bleek dit hét splijtzwamthema.
Wilders wilde verdergaande maatregelen dan de coalitiepartners wilden steunen. Denk aan het beperken van het recht op asiel, het sluiten van opvanglocaties en het uitzetten van statushouders. Voor partijen als NSC en VVD ging dat simpelweg te ver – óf het was juridisch niet haalbaar.
Op 3 juni 2025 trok Wilders zijn conclusies: “Zonder volledige steun voor mijn plannen, heeft dit kabinet geen bestaansrecht.” Hij stapte eruit. Kabinet weg. Opnieuw chaos.
Maar… wie goed kijkt, ziet dat dit niet alleen over migratie ging. Er broeide al weken van alles onder de oppervlakte:
Oneens over klimaatbeleid
Onrust over de rechtsstaat en persvrijheid
Geen gezamenlijk verhaal over economie en zorg
Rammelende communicatie en vooral: totaal gebrek aan vertrouwen
Wat betekent dit voor jou?
Je denkt misschien: “Leuk, politiek gedoe, maar wat merk ik ervan?” Heel veel, dus. Want terwijl Den Haag ruziet, lig jij met de gevolgen.
Voor ondernemers betekent deze val:
Weer uitstel van duidelijkheid over de Vbar-wet (arbeidsrelaties voor zzp’ers)
Onzekerheid over belastingmaatregelen, toeslagen en subsidies
Vertraging in wetsvoorstellen rond onderwijs en werken op afstand
Totaal gebrek aan visie op ondernemerschap, digitalisering en werkgeluk
En ondertussen mag jij gewoon je btw-aangifte doen, je klanten bedienen en je kinderen naar school brengen.
Wat zegt dit over de politiek?
Het is niet de eerste keer dat een kabinet valt. Maar zó snel na de start? Dat is pijnlijk.
Het laat zien dat er geen echte bereidheid was om te bouwen. Om bruggen te slaan. Om naar elkaar te luisteren. Het ging om macht, om headlines, om ideologie niet om mensen.
En dat is precies waar veel Nederlanders klaar mee zijn.
Wat nu?
Er komt weer een verkiezingsperiode aan. Nieuwe campagnes, nieuwe beloftes, nieuwe gezichten. Maar de échte vraag blijft:
Wie durft er eindelijk beleid te maken dat werkt – in plaats van alleen te winnen?
Tot die tijd blijft het rommelen in Den Haag. Maar jij hoeft niet mee te deinen.
Blijf scherp. Stel vragen. En laat je niet verlammen door politieke ruis.
Want het land draait nog steeds, op mensen zoals jij.
Zo kies je de juiste rechtsvorm voor jullie samenwerking
Je begint samen een bedrijf en kiest een VOF. Lekker snel geregeld, weinig kosten en je kunt direct aan de slag. Maar wat als jullie bedrijf begint te groeien? Of als je privé liever wat meer zekerheid wilt?
Veel ondernemers vragen zich vroeg of laat af: Blijven we bij een VOF of stappen we over naar een bv?
Goede vraag. Want de rechtsvorm die je kiest, heeft impact op je aansprakelijkheid, belastingen én toekomstplannen.
Wat is een VOF?
Een VOF is een Vennootschap Onder Firma. Je werkt samen met minimaal één andere ondernemer, en jullie zijn samen volledig aansprakelijk voor het bedrijf. Geen scheiding tussen privé en zakelijk dus.
Kenmerken van een VOF:
Jullie zijn allebei (of met meer) hoofdelijk aansprakelijk
De winst wordt verdeeld zoals jullie dat afspreken
Je betaalt inkomstenbelasting over jouw deel van de winst
Je hebt recht op ondernemersvoordelen zoals de zelfstandigenaftrek
Voordelen: makkelijk op te richten, weinig kosten, snel starten Nadelen: privéaansprakelijkheid, je hangt vast aan elkaars keuzes
Wat is een bv?
Een bv is een besloten vennootschap. Je richt een aparte rechtspersoon op waarin jullie samenwerken. Je bent als vennoot niet privé aansprakelijk, tenzij je bewust fouten maakt of financiële verplichtingen negeert.
Kenmerken van een bv:
Jullie worden allebei DGA (directeur-grootaandeelhouder)
Je krijgt salaris en betaalt vennootschapsbelasting over de winst
Privé en zakelijk zijn gescheiden
Je kunt makkelijker investeren of aandeelhouders toevoegen
Voordelen: bescherming van je privébezit, aantrekkelijker bij hogere winst Nadelen: hogere opstartkosten, complexere administratie en verplicht DGA-loon
Wanneer stap je over?
Overstappen van een VOF naar een bv is slim als:
Je winst per vennoot structureel boven een bepaald drempel bedrag komt
Je privébezit wilt beschermen
Jullie personeel aannemen of investeerders aantrekken
Je bedrijf risico’s loopt (aansprakelijkheid, leveringen, projecten)
Let op: het is geen kwestie van “hoger is altijd beter”. Je moet de totale situatie bekijken – fiscaal én strategisch.
Slim samenwerken begint met de juiste structuur
Een VOF is ideaal om snel te starten, maar kijk regelmatig of het nog bij jullie past. Een bv geeft meer bescherming en mogelijkheden, maar vraagt ook meer structuur.
📌 Wil je sparren over jullie situatie? Ik kijk graag met jullie mee. Zo weet je zeker of je goed zit – of dat een overstap je belasting én slapeloze nachten scheelt.
Boekhouding. Niet bepaald het onderwerp waar je op zondagavond over fantaseert. Maar het is wél de ruggengraat van je bedrijf. En als je het een beetje slim aanpakt, hoef je er echt geen hoofdpijn van te krijgen.
Sterker nog: met een goede boekhouding bespaar je jezelf geld, tijd én paniekmomentjes vlak voor je btw-deadline. Yes please.
Wat is boekhouding eigenlijk?
Boekhouding is gewoon: bijhouden wat er in komt en uit gaat. Al je inkomsten, uitgaven, btw-aangiftes, bonnetjes, facturen – alles wat geld raakt, moet je vastleggen.
De Belastingdienst wil namelijk weten of jij je belasting netjes berekent. En jij? Jij wil weten of je überhaupt uitkomt aan het eind van de maand.
Dus ja, boekhouding is verplicht. Maar het is óók je beste tool voor grip, rust en overzicht.
Wat moet je minimaal bijhouden in je boekhouding?
Je administratie moet zeven jaar bewaard blijven. Geen grap. Dit wil je sowieso op orde hebben:
Verkoopfacturen en inkoopfacturen
Bonnetjes van zakelijke kosten
Bankafschriften (en kas als je daarmee werkt)
Kilometerregistratie en autokosten
Contracten met klanten of leveranciers
Inzicht in je winst en verlies
Een balans (en nee, dat is niet alleen iets voor grote bedrijven)
Werk je met personeel of een bv? Dan komt er nog wat meer bij kijken. Maar ook dat is te doen – met de juiste structuur.
Hoe houd je je boekhouding bij?
Er zijn drie opties, waarvan er maar één echt futureproof is:
Handmatig: old school, prima als je twee facturen per maand stuurt – maar foutgevoelig en omslachtig
Excel: goedkoop, flexibel, maar je moet wel weten wat je doet
Boekhoudsoftware: koppelt automatisch je bank, herkent facturen, doet je btw-aangifte bijna voor je
Mijn advies? Ga voor software. Moneybird, e-Boekhouden of Exact zijn goede opties – en met een beetje hulp heb je het zó ingericht.
Veelgemaakte fouten in de boekhouding 😬
Niet de boekhouding zelf is lastig. Het zijn de gewoontes eromheen die het ingewikkeld maken. Herkenbaar?
Je pint even snel boodschappen van je zakelijke rekening
Je vergeet een bonnetje van 237 euro te bewaren
Je denkt: “Oh, dat doe ik aan het eind van het kwartaal wel”
Je boekt btw verkeerd – en komt daar pas maanden later achter
Het gebeurt. Maar het hoeft niet. Een vaste boekhouddag inplannen per week (echt, zet ‘m in je agenda) scheelt zoveel stress.
Zelf doen of boekhouder inschakelen?
Je kunt je boekhouding prima zelf doen – vooral als je nog klein bent, of net begonnen. Maar zodra je bedrijf groeit, of je hebt ineens investeringen, personeel of een bv? Dan is een goede boekhouder goud waard.
Niet om alles van je over te nemen, maar om mee te kijken. Te sparren. Fouten te voorkomen. En ja, die betaalt zichzelf terug. Vaak al bij je eerste jaaraangifte.
Wat verandert er in 2025?
De regels blijven in beweging. Minder zelfstandigenaftrek, meer discussie over schijnzelfstandigheid, nieuwe wetten voor zzp’ers.
Juist daarom is een waterdichte administratie geen overbodige luxe. Je wilt aantoonbaar kunnen maken hoe je werkt – en belastingtechnisch geen verrassingen.
Waarom een goede boekhouding je leven makkelijker maakt:
✅ Je ziet direct hoe je bedrijf ervoor staat ✅ Je maakt betere keuzes: investeren of even pas op de plaats ✅ Je voorkomt stress bij je btw-aangifte ✅ Je bent voorbereid op controle of een lening aanvragen ✅ Je bespaart op fouten die geld kosten
Klaar om het beter te regelen?
Boekhouding hoeft geen hoofdpijnonderwerp te zijn. Met een goed systeem, een beetje structuur en de juiste hulp heb je het écht snel op de rit.
Wil je weten welke software bij jou past? Of dat je boekhouding een keer grondig doorgelicht wordt? Laat het me weten.
📌 En psst… via mijn link krijg je korting op Moneybird. Dat maakt boekhouden nét even leuker (nou ja, leuker… je snapt me). 😉